Aquariumvissen voeren: wat, hoeveel en hoe vaak?
De meeste aquariumproblemen beginnen bij de voerpot. Troebel water, verhoogd nitraat, algenbloei en zelfs zieke vissen zijn regelmatig het directe gevolg van te veel voer. In dit artikel leggen we uit welk voer bij welke vis past, hoe je de juiste portiegrootte bepaalt en hoe je een voedingsritme opbouwt dat je aquarium schoon en je vissen gezond houdt.
Overvoeren: hoe dat je aquarium schaadt
Niet opgegeten voer zakt naar de bodem en begint te rotten. Bacteriën breken het af, maar verbruiken daarbij zuurstof en produceren ammoniak, het giftigste afvalproduct dat in een aquarium kan ontstaan. In een bak die nog niet volledig ingereden is kan één voedselverspillende voerbeurt al fataal zijn voor jonge vissen. Maar ook in een stabiele bak met een volwassen filter stijgen de nitraatwaarden meetbaar binnen 48 uur na overvoeren. Vissen zijn niet onbegrensd hongerig. In de natuur zoeken ze verspreid over de dag kleine porties. Drie ruime beurten per dag voelt vriendelijk, maar de vissen betalen er de prijs voor.
Welk voer past bij welke vis?
Vlokkenvoer is voor de meeste gemeenschapsbakken prima als basisvoer, maar eentonig voer leidt op lange termijn tot kleur- en groeiproblemen. Eén of twee keer per week diepvriesvoer, zoals artemia of muggenlarven, verbetert de voedingswaarde aanzienlijk en stimuleert het natuurlijke foerageergedrag. Levend voer geeft de beste resultaten bij kweekvissen, maar brengt altijd een risico op parasieten of bacteriën mee. Koop het uitsluitend bij betrouwbare leveranciers en spoel het voor toediening af.
Hoeveel voer is precies genoeg?
Die getallen klinken klein, omdat ze het ook zijn. De praktische controlevraag is altijd: is al het voer binnen twee minuten op? Dan was de portie goed. Zweeft er na twee minuten nog voer in de waterkolom, dan was het te veel. Begin altijd met minder dan je denkt en voer eventueel een klein beetje bij. Een kleine maatlepel of een afgedopt potje met een vaste schepgrootte helpt om porties consequent te houden.
Eén of twee keer per dag: wat is het juiste ritme?
Voor verreweg de meeste tropische gemeenschapsvissen is twee keer per dag voeren het juiste ritme: een kleine portie 's ochtends, een tweede 's avonds. Zo imiteer je het gespreide eetpatroon uit de natuur zonder de bodem te overbelasten. Jonge vissen en actief kwekende garnalen hebben iets meer energie nodig, drie kleine porties per dag is dan realistisch. Grote predatoren en cichliden gedijen goed met één dagelijkse voerbeurt. Bettas eten prima bij één portie per dag, bij voorkeur 's avonds.
Bodembewoners: de stille verliezers bij elke voerbeurt
Corydoras, ancistrus en andere bodembewoners zijn in de meeste gemengde bakken de stille verliezers. Al het vlokkenvoer verdwijnt aan de oppervlakte voordat er iets naar beneden zinkt. Controleer dit eens: doe je normale voerbeurt en observeer daarna tien minuten lang de bodem. In de meeste aquaria ligt er niets. Gooi daarom altijd een catfishwafer of spirulinatablet de bak in nadat de verlichting is gedoofd. Bodembewoners zijn grotendeels nachtactief en durven dan pas vrij te eten. Sla je dit over, dan komen ze structureel tekort terwijl de rest van de bak er prima uitziet.
Één vastendag per week
Eén dag per week niets voeren. Vissen overleven weken zonder eten in de natuur en een vastendag heeft meerdere concrete voordelen: de organische belasting op je filter daalt, vissen verteren resterende voedselresten in hun darmkanaal en de alggroei vertraagt doordat extra nutriënten een dag uitblijven. Koppel de vastendag aan je wekelijkse waterwissel en je hebt een vast onderhoudritme dat weinig extra moeite kost. Hoe je dat waterverversingsschema in de praktijk opbouwt, lees je in het artikel over aquariumonderhoud.