Waterwaarden testen: pH, GH, KH, nitriet en nitraat uitgelegd
Waterwaarden zijn het beste vroege-waarschuwingssysteem dat je hebt: problemen zijn vaak meetbaar voordat vissen er zichtbaar last van hebben.
Welke waarden meet je en waarom
pH: zuurgraad
De meeste gezelschapsvissen verdragen een bereik van pH 6,5 tot 7,5 prima. Belangrijker dan de exacte waarde is stabiliteit: een langzame, geleidelijke pH is veel minder schadelijk dan een snelle schommeling.
GH en KH: hardheid en buffering
GH zegt iets over het mineraalgehalte (relevant voor onder andere garnalenvervelling), KH bepaalt hoe goed het water pH-schommelingen kan opvangen. Een lage KH maakt de pH instabieler en gevoeliger voor plotselinge dalingen.
Nitriet en nitraat: de kringloop bewaken
Nitriet hoort structureel op 0 te staan in een ingereden bak; een meetbare waarde wijst op een verstoorde of overbelaste kringloop. Nitraat is minder acuut giftig maar moet via regelmatige waterverversing onder controle blijven.
Hoe vaak moet je testen?
Wekelijks tijdens het inrijden, en daarna maandelijks of bij twijfel (troebel water, vissen die ongewoon gedrag vertonen, na het toevoegen van nieuwe vissen).